woensdag 24 september 2008

VIII Evolutie lagen en samenwerking

Lagen

Wij zijn op dit moment de laatste in de lijn van miljoenen jaren evolutie. Een interessant gegeven hiervan is dat ons fysiek voorkomen en mogelijkheden zijn geëvolueerd vanuit onze primate voorvaders, en hun voorkomen en mogelijkheden weer van hun voorvaders en zo verder tot het begin van het leven. Dus ook onze hersenen zijn en de vele aspecten van ons gedrag zijn geëvolueerd vanaf deze primaten. De vroegste clusters van neuronen – de voorloper van het brein – begonnen met verschillende eenvoudige lichaamsfuncties te reguleren – ademhalen en hartslag bijvoorbeeld.
Later vormden de instincten en predisposities een bepaald gedrag die de mogelijkheid van overleving vergrootte voor zowel het individu als wel het soort – zoals samenwerking, jachtinstinct, ouderschap instincten, etc.
Een belangrijk ding om te beseffen is dat dit zich voornamelijk ontwikkelde in lagen. Het oudste overlevingsgedrag bestaat in ons brein met later ontwikkeld gedrag en structuur daar bovenop gelaagd. Twee consequenties hiervan zijn dat de oudere gedragingen en structuren vaak het sterkst en volwassen zijn, en zijn het verst weg van de invloeden van later ontwikkeld bewustzijn. Als gevolg hiervan kunnen vele instincten en gedragingen deels of geheel worden “overruled” door het bewust. Er zijn er ook velen die hiertegen zijn bestand zoals hartslag, reactie op pijn en seksuele opwinding.
Zo door het onderwerp controle wandelend zul je zien dat de overweging van waar een instinct of gedrag vandaan komt vaak relevant is wanneer je probeert uit te vinden hoe controle werkt en hoe het te dirigeren.


Samenwerking en dominant & submissive

Het is een fijn idee om te denken dat iedereen gelijk is, maar een verzameling van twee of meer mensen vraagt om mensen die verschillende rollen nemen. Zelfs koppels of een groep van meer dan twee mensen die naar de film gaan heeft iemand nodig die na de suggesties het collectieve besluit opmaakt over wat je gaat kijken.
Dit soort samenwerkende gedrag is bij ons ingebakken en is normaal bij alle dieren, zelf de zeer primitieve. Dat kun je zien aan de mieren die niet allemaal over elkaar struikelen om hetzelfde stukje graag te dragen, daarentegen regelen ze het zo dat er niet genoeg zijn om de klus te klaren zodat de overigen zoeken naar ander voedsel, de samenwerking van grotere dieren in een kudde. Dit is deel van ons geëvolueerde erfgoed. Het alfa mannetje, of de leider van de kudde, het is gewoon in onze eigen mensenwereld, zowel in primitieve tribes als in de moderne maatschappij. De consequentie van het bestaan van zulke dominante individuen is dat voor deze personen om effectief te zijn een groot deel van de groep onderdanig gedrag moet vertonen. Met onderdanig gedrag bedoel ik niet noodzakelijk een BDSM scene, maar meer het gevoel dat de groep klaar moet zijn om de keuzes en richting van de dominante leden te accepteren. De groep moet samenwerken, in plaats van het opereren als duizend individuele koningen, en dit betekent acceptatie door de meerderheid voor de richting van de minderheid. Ik kan derhalve beargumenteren dat er een evolutionaire basis is voor de accepterende aard en gedrag van een submissive. Het is dus goed mogelijk dat ieder bedraad is met een predispositie voor zowel dominant gedrag als ook submissive gedrag dat kenbaar wordt in de juiste omstandigheden. De juiste omstandigheden hangen af van wat wij denken dat nodig is in een huidige situatie en onze reactie naar de mensen op dat moment aanwezig. We dragen deze bedrading al onze gehele evolutie mee en is daarom erg oud en vanzelfsprekend erg sterk.

maandag 22 september 2008

VII Beelden, bedreiging, aantrekkingskracht

Beelden

Om onderbewust of onbewuste archetype te controleren moet je weten wat hen triggert of waarop ze reageren. Een trigger moet een combinatie zijn van karakteristieken die wij onderbewust of onbewust herkennen. Ergens in ieders geest moeten “beelden” zijn van een archetype kind. Wanneer een echt kind voorbij komt met nagenoeg de overeenkomst van het “beeld” dan zal het archetype moeder worden getriggert. Net als wanneer je een onderbewust of onbewust submissive archetype wil triggeren of manipuleren zul je moeten weten bij welke “beelden” ze reageren. Door deze te bereiken ga je voorbij aan het bewust en rationeel denken van het individueel en breek je daarmee de sub in hun kern. Dit is dus hoe je een diepe reactie kunt krijgen. Hoe sterker het realistische “beeld” is voor de achetype hoe sterker de achetypische reactie.


Bedreiging en agressie, dominantie en onderwerping

De meeste dieren hebben op een significant moment in de ontwikkeling een reactie ontplooit naar fysieke grootte van andere dieren. Wanneer er een confrontatie met een lid van hetzelfde of ander ras ontstaat – mensen inbegrepen – zal de mate van dreiging deels afhangen van de grootte van de ander. Dit leidt naar manipulatie en het is gewoonlijk voor een dier om zichzelf zo groot mogelijk te maken om de potentiële vijand te intimideren. Sommige soorten kunnen zichzelf opblazen om groter te lijken en daarmee meer dreiging uiten. De armen, benen of vleugels uit elkaar maken een individueel ook groter en meer bedreigender. Voorwaartse beweging naar een ander individu kan ook dreigend zijn. Het bewust kleiner maken van grootte wordt vaak gebruikt om onderwerping en overgave aan te geven. Voor dieren in een kudde is kruipen en neergebogen hoofd ook zo’n indicatie. Dit soort gedrag kan ook vaak symbolisch zijn, het laten zien van onderwerping nog voor enige dreiging of gevecht heeft plaatsgevonden.
Oogcontact kan aanleiding zijn voor de bereidheid van een gevecht. Het wegdraaien of naar beneden draaien van de ogen is een indicatie dat het individu niet wil vechten en niet bereid is om te vechten.
In het mensenrijk is hoogte een ritueel element binnen vele culturen. Verschillende hoeden en kapsels zijn de revue gepasseerd sinds het ontstaan ervan om symbolisch de lengte te vergroten. Net als het podium bij de medaille-uitreiking waarbij de rangorde wordt uitgedrukt in hoogte.
Aan de andere kant is het afnemen van de hoed – waardoor er ook geen oogcontact is – het minimale gedrag om respect te tonen voor iemand. Buigen of knielen wordt gebruikt om extreme onderdanigheid te benadrukken (zoals religieuze en politieke erkenning).
D/s zijn natuurlijk niet alleen bezig met confrontatie, dreiging en agressie. Leiderschap en samenwerking in al hun vormen hebben ook elementen van dominantie en onderwerping in zich. Hoewel het lijkt dat sommige onbewuste karakteristieken die worden geassocieerd met dominantie, zoals hoogte en fysieke grootte, typische mannelijke karakteristieken zijn, dit niet betekent dat deze en andere karakteristieken niet kunnen worden gemanipuleerd door anderen, inclusief vrouwen, om gelijke effecten te produceren in submissives. High Heels kan een voorbeeld zijn van zulke manipulatie. Zelfvertrouwen en assertiviteit bij het maken beslissingen zijn zaken die onderwerping kunnen triggeren, zoals het fysieke de sub manipuleert door hen bij het haar te pakken of iets rond de nek plaatsen (Collar of leash). Militaire of andere uniformen kunnen ook effectief zijn. De toon van de stem is belangrijk. Het maken en onderhouden van oogcontact is ook belangrijk. Je fysieke houding naar je submissive, of je nu fysiek close bent of op haar neerkijkt, kan ook triggeren.
Een belangrijke karakteristiek van een dominant is het gemak waarmee zij onderwerping accepteren. Voor iemand met een aangeboren sterk actieve submissive achtergrond is acceptatie van haar onderdanigheid een belangrijke trigger om meer los te maken.


Seksuele aantrekkingskracht en opwinding

Seksuele opwinding – waarin begrepen de verschillende stages van interesse voor enig duidelijke fysieke opwinding zoals een erectie – is deels onbewust. Het is duidelijk een overlevingskarakteristiek die we automatisch herkennen er waar we op reageren bij de juiste personen van dezelfde soort. Het is aanneembaar dat ieder van ons ingebakken “beelden” heeft van hoe zowel een aantrekkelijke man eruit ziet als ook een aantrekkelijke vrouw. De penis en vagina hebben maar een beperkte plek in het grote gebeuren. We reageren het meest op fysieke grootte, heupmaat – zowel bij mannen als vrouwen, de lengte van haar, stevige ronde borsten, indicaties van fysieke conditie en gedrag dat aantrekking naar jou impliceert.
We reageren ook op andere karakteristieken die indicatief zijn voor geslacht:

1. Manier van lopen
2. Elk verzorgend gedrag
3. Agressiviteit of assertiviteit
4. Onderdanigheid

Hoewel het is ingebouwd om te reageren op deze karakteristieken wordt ons waarnemingvermogen significant aangepast door invloeden van het onderbewust. Eerdere ervaringen met vrienden, ouders etc. zullen onze seksuele voorkeur op verschillende manieren vormen. Het geeft ons zowel karakteristieken die we vermijden bij de keuze van een sekspartner als ook de karakteristieken die we gebruiken bij het zoeken. De reikwijdte waarin de onbewuste predispositie invloed heeft op het onderbewust varieert per persoon, afhankelijk van hun ervaringen en mate van zelfreflectie.
Beelden die ons worden gebracht vanuit onze macro- en micromaatschappijen zullen ons ook voor een groot deel conditioneren. Een interessant gegeven is dat wij, in onze westerse samenleving, zo geconditioneerd zijn dat we al seksueel reageren op een stukje decolleté, ondanks het feit dat we op het strand veel meer kunnen zien en dat men in andere meer primitieve samenlevingen bijna de gehele dag naakt rondlopen. De oorsprong van het onderbewust conditioneren is soms makkelijk te identificeren. Adverteren is altijd een goed doel gezien het feit dat opzettelijk ons gedrag wordt gemanipuleerd. Religie is in het geval van seksueel gedrag ook een goed doel. Enkele voor de hand liggende seksuele beelden die het waard zijn te vermelden zijn fallusgevormde beelden, rode natte lippen, TV en adverteren met de symbolische overeenkomsten met opwinding zijn bekend.

Ik verwacht dat ik hier een beeld heb gecreëerd waaruit blijkt dat het instellen van controle door archetypes en predisposities nogal wat vraagt om de submissive te triggeren in een reactie. Dit kan de manier zijn maar het is niet altijd nodig. De beste manier om een submissive reactie te krijgen van je sub is om je eigen dominantie te uiten. Net zoals een archetype moeder een archetype kind nodig heeft, wordt de archetype submissive getriggerd door de archetype dominant. Het tonen van je eigen archetype dominant is de sleutel, zowel om een betere en krachtigere reactie van je sub, maar ook voor een betere bevredigender reactie van jezelf.

Hoe doe je dat?

Net als je moet leren wat het is dat je sub triggers moet je leren wat het is dat jou triggers. Voel je je meer dominant na een film met Arnold Schwarzenegger? Begint je flow wanneer je de nek vastpakt van je sub en ziet dat ze smelt op haar knieën voor je? Doet het dragen van leer het voor je? Je kunt ook wachten tot de juiste ambiance, maar het nemen van controle betekent ook jezelf controleren. Leer van jezelf en wat je drive is zodat je je eigen gevoelens en archetype kunt gebruiken voor de drive van je submissive.


Conclusie

Bewustzijn en besef van onderbewust en onbewust archetypes en predisposities geven ons aanknopingspunten die we kunnen gebruiken om te manipuleren en controleren. Sommige aanknopingspunten werken beter dan anderen en sommige mensen reageren er sterker of minder sterk op. Deze aanknopingspunten geven ons echter een goed uitgangspunt en de middelen die we kunnen gebruiken met enige zekerheid dat ze in de meeste gevallen succesvol zijn.
Ons toegenomen besef van deze aanknopingpunten maakt het voor ons ook makkelijker te herkennen wanneer iemand probeert ons te manipuleren of te controleren middels dezelfde archetypes.


Dingen om over na te denken

1. Wat triggert een dominante “rush” bij jou? Wat ontvlamt? Is het seksueel? Is het gerelateerd aan een andere activiteit? Is het gerelateerd aan “beelden” die je ziet? Zijn er dingen die niet gerelateerd zijn met je sub?
2. Als je een sub bent; wat triggert jou? Zijn er beelden of handelingen die het voor je doen?
3. Zijn er dingen die je specifiek tegenvallen? Wanneer je jezelf specifiek dominant of submissive voelt zijn er dan dingen die je direct terugbrengen naar neutraal?

zondag 7 september 2008

VI Predispositie en archetype

Vanwege de structuur van onze hersenen hebben we nog voordat we de baarmoeder verlaten al aannames, foutgevoelens en voorgevoel naar bepaalde houdingen, gedrag, gedachten en vaardigheden. Dit zijn predisposities en niet allemaal zullen ze gedurende ons leven zich openbaren. Hoe ze zich manifesteren hangt af van hoe sterk het is, of er sterkere predisposities zijn, kansen of elk ander sociale conditie die de predispositie onderdrukt dan wel versterkt.
Als voorbeeld nemen we een man met een aangeboren sluwheid en coördinatie om een goede jager te zijn. Als hij wordt geboren in een modern lagere sociale klasse zal hij waarschijnlijk nimmer de gelegenheid of aanmoediging hebben om een jager te worden, ongeacht wat voor jager. Echter vanuit zijn eigen gedachten, als zijn predispositie sterk genoeg is, zal het zich openbaren.
Sommige predisposities zijn relatief passief. Ze zijn er en kunnen wel of niet worden gebruikt; het is geen probleem als ze niet worden gebruikt. Het kunnen eenvoudige insinuaties zijn richting een bepaalde vaardigheid, zoals bijvoorbeeld iemand met een analytisch vermogen en een goede hand-oog coördinatie. Deze kunnen in het algemeen breed worden toegepast. Er zijn ook andere predisposities welke meer actief en gefocust zijn. Zij maken zich direct bij de geboorte bekend, zoals een natuurlijke interesse. Ze worden geassocieerd met een soort drive waardoor ze zich voorwaarts drukken en strijden voor aandacht. Ze maken kenbaar dat ze er zijn en dat ze eruit willen. Sommige collecties van deze ingebouwde predisposities kunnen zo complex zijn dat het min of meer complete persoonlijkheden zijn. Carl Jung noemde deze mensen archetypes. In bepaalde situaties kunnen deze predisposities de eigenlijke persoonlijkheid overnemen. Hoewel je dezelfde fysieke persoon ziet en dezelfde gedragskenmerken herkent, wanneer ze worden gedreven door een archetype is de houding anders dan wanneer gedreven door een ander archetype of hun eigenlijke persoonlijkheid. Als voorbeeld, als je een jager bent en je daadwerkelijk buiten bent om te jagen dan betekent dit dat je voor langere tijd eenvoudigweg functioneert als jager. Voor de rest van je leven kun ook vader, moeder, zakenman of iets degelijks zijn, maar gedurende de jacht ben je jager – de andere aspecten van je persoonlijkheid worden dan onderdrukt. Mensen die je kennen als je geen jager bent herkennen je fysiek tijdens het jagen terwijl je gedrag compleet nieuw voor hen kan zijn. Een ander voorbeeld is een vrouw die in een oogopslag veranderd in een moeder wanneer haar kind zich verwond. Ze is dezelfde persoon maar overduidelijk is een andere set prioriteiten, gedrag en houding aangezet; en deze maken een bijna compleet nieuwe persoonlijkheid.
Jung herkende en documenteerde een aantal van deze archetypes, waaronder de moeder, de held en de krijger. Vanwege het feit dat ze in ons gebakkken zitten maakt dat ze zo natuurlijk op ons overkomen. De archetype dragen bij aan de basis structuren van houding en persoonlijkheid. We kunnen ze wel veranderen of aanpassen zodat ze aan onze specifieke wensen voldoen. – zoals waarop we jagen, welk wapen, jagen we alleen, etc. Het archetype moeder kan worden aangepast naar het aantal kinderen, wat hebben ze wanneer nodig, bevoorrading van spullen in de buurt.
In de basis zijn alle archetypes hetzelfde maar we masseren ze in een net iets andere vorm om voor onze wensen op dat moment.

Onbewuste predisposities verschillen van eenvoudige vaardigheden en capaciteiten tot complete persoonlijkheden. Onbewust betekent dat ze hetzelfde zijn voor iedereen.


Controle

Wat heeft dit te maken met controle? Het antwoord is dat archetypes ons toegang geven tot het onbewust, en wanneer we zoeken naar de mogelijkheid iemand te controleren moeten we niet alleen binnen het bewustzijnniveau naar controle zoeken, maar ook op onderbewust en onbewust niveau. Het herkennen van de predisposities en archetypes aanwezig in je submissive laten je;

1. Betere strategieën en technieken ontwikkelen om volledig je voordeel te doen met de sub;
2. Betere strategieën te ontwikkelen tegen dingen die je weerstaan ( zoals een stukje dominant of onafhankelijkheid in je submissive)

Als we kijken naar de mythes zien we niet alleen specifieke persoonlijke types (zoals krijger, moeder ed.) maar ook specifiek gedrag en houding. Als voorbeeld, goede koningen zijn bijna onveranderlijk dominant en assertief. Helden, hoewel ook meestal dominant en assertief, zijn weer onderdanig aan de wil van hun koning.
In het algemeen zijn vrouwen onderdanig aan de wil van sterke mannen in hun leven en deze mannen twijfelen in het algemeen niet om hun wil op te leggen. Dingen die archetypisch zijn kunnen worden getriggert en gemanipuleerd.
Het is handig om te onthouden dat mythes geneigd zijn te worden gefiltert en versterkt door haar verteller. In het echte leven zijn de predisposities, instincten en archtypes allemaal versterkt en gepresenteerd in een extreme vorm.


Manipuleren van archetypes

Archetypes, de onbewuste of instinctieve persoonlijkheden waarover ik eerder sprak, reageren vaak niet alleen op specifieke fysieke situaties. Zij reageren voornamelijk op andere archetype persoonlijkheden. De moeder reageert op het archetype kind, De held reageert op nood en de krijger reageert op tegenstand. Door te begrijpen welke archetype je wenst te activeren en hoe je het wilt laten reageren kun je bewust handelingen verrichten die dat triggeren of onttriggeren. Je fysiek kleiner maken waardoor je kleiner lijkt dan de krijger, kan hem ontwapenen. Of andersom, een krijger, die zich fysiek groter maakt, kan een niet-krijger in submissive triggeren.
Onthoud dat ondanks het een oefening is in communicatie het onderbewust en onbewust op hetzelfde moment ook jou weergeven door je uitdrukking, gebaren, stemgeluid en andere dingen waarvan je normaliter niet op de hoogte bent. Zij communiceren ook om het beste effect in je luisteraar teweeg te brengen. Het loont om alert te zijn op hetgeen je submissive triggert en hen dan in lijn te zetten met de boodschap die je zend. Je instinctieve, onbewuste oerdominantie, wanneer actief, zal communiceren met de instinctieve submissive van je luisteraar.

zaterdag 6 september 2008

IV Onbewustzijn

Onbewust

Het onbewust gedeelte van de geest dat is gevormd door evolutie. Het is de verzameling van predispositie en instincten die ons laten zijn en gedragen als de menselijke beesten die we zijn, om te overleven als soort. In vele opzichten is dit de oerkant van onze aard. We hebben eenvoudige instincten zoals reactie op pijn waar we automatisch onze hand wegtrekken van iets heets. Angst voor vreemden is meer complex en minder duidelijk, maar logisch wanneer je het beschouwt als een overlevingsinstinct. De instinctieve seksuele drang is tevens logisch vanuit het oogpunt van overleving. Interessant vanwege het feit dat dit instinct zich pas ontwikkeld na een bepaalde leeftijd, hetgeen ons laat zien dat we geprogrammeerd zijn om fysieke en emotionele karakteristieken en gedrag te ontwikkelen op een bepaalde manier en voor bepaalde perioden in het leven. Zelf sommige basistypes zitten in ons gebakken – krijgers, helden, moeder, beschermer en kinderen bijvoorbeeld – Natuurlijk is de krijger een heel normale man totdat er iets gebeurd (bijvoorbeeld dreiging) wat de krijger in hem triggert. Op dezelfde wijze is een moeder gewoon een vrouw totdat iets gebeurd (bijvoorbeeld iemand uit de familie wordt ziek of een kind) wat de moeder- en verzorgingsgevoelens oproept. Het is aannemelijk dat het basistype in ons allemaal bestaat maar dat sommigen meestal makkelijker zijn op te wekken bij een bepaald geslacht. Het is vaak makkelijker om de krijger in een man te wekken dan bij een vrouw. Net als bij het onderbewust zijn er geen gegevens bekend uit eerste hand. Het is nog moeilijker te bevatten wat omgaat in de onbewust dan bij onderbewust omdat haar invloed wordt gekleurd of gevormd door het onderbewust alvorens het ons bewustzijn bereikt. Evenmin is er sprake van voordeel door enige herinneringen. Onderbewust is op zijn minst nog in staat om veel ervaringen uit ons verleden te herinneren en daarmee het onderbewust vorm te geven. Dit is bij onbewust niet het geval. Een belangrijk verschil komt daarmee naar voren. Onbewust is niet persoonlijk maar natuurlijk. De eigenschap wordt niet bepaald door onze eigen ervaringen en verleden zoals bij het onderbewust. Het is daarentegen vastgesteld door de ervaringen van ons soort over de miljoenen jaren die nodig waren het te ontwikkelen. Het omvat instincten en het aanzetten tot bepaald gedrag wat onze voorouders hielp te overleven.
Genetische variatie verzekert ons dat de combinaties van individuele sterktes en elk van de instincten anders is voor elke individu. Het onderbewust is de fundering waarop de persoonlijkheid wordt gebouwd en de variatie van individuen zorgt voor een breed scala aan persoonlijkheden.

Voor het onbewust geldt dat niemand iets zelf onbewust doet maar iedereen alles hetzelfde onbewust doet.

Onderstaand enige manieren wanneer onbewust komt kijken bij controle;





1. Zoals je weet is dat seksuele drang en hormonen die door het lichaam gieren van enorme invloed kunnen zijn op de besluitvorming. Seks is tevens iets dat een groot instinctief deel van ons is. Fysieke manipulatie van iemand seksuele drang – seksueel aan en uit zetten via seksuele presentatie, aanraking of geur – is ook een goede manier om hun handelen en keuze te dirigeren of te beïnvloeden.
2. Pijn is ook een sterke beïnvloeder op het onbewust niveau en je kunt het makkelijk gebruiken bij fysieke controle of om iemand te positioneren,
3. Er zijn onbewuste oergevoelens naar dominantie en onderwerping. (waarover ik later in dit boek zal terugkomen) Door gebruik van triggers die het onbewust herkent- bijvoorbeeld fysieke kracht – kun je een onbewust submissive reactie triggeren

IV Onderbewustzijn

Onderbewust

Onderbewust is het “thuis” van het trainen en conditioneren en waar herinneringen, gewoonten, oude gevoelens heen gaan wanneer het bewustzijn hen laat gaan. In het algemeen is dit buiten het bereik van het bewustzijn. Wat is opgeslagen in het onderbewust is echter nog steeds in staat om onze keuzes en handelingen te beïnvloeden. Vergeten of onderdrukte herinneringen zijn ook gesitueerd in het onderbewust. Eens, vroeger, waren zij bewust – het waren dingen die we op één of andere manier hebben ervaren – maar om een reden – kan zijn omdat ze niet interessant zijn, of omdat ze te schokkend zijn, beangstigend, beschamend of vernederend – werd toegestaan om ze te “vergeten”. De enige moeilijkheid van dit alles is dat niets compleet kan worden vergeten. Elk iets dat met ons gebeurd laat zijn sporen in ons geheugen na en, ondanks dat we dit in bewustzijn niet kunnen oproepen, zal het nog steeds onze – mogelijk meer of minder – onze beslissingen kunnen beïnvloeden.
Gewoonten zijn eveneens aanwezig in het onderbewust. Soms zijn we bewust van onze gewoonten – zoals roken, nagelbijten, manier van spreken, etc. Er zijn vele andere gewoonten waarvan we ons niet bewust zijn – zoals gelaatsuitdrukkingen die we gebruiken bij het praten, de manier van lopen weerspiegeld deze gevoelens, de fysieke houding die we aannemen naar andere mensen, mentale houding wanneer we met problemen omgaan etc..
Onze gewoonten beïnvloeden ons handelen. Veel gewoonten zijn goed – zoals veilig rijden en altijd links en rechts kijken bij oversteken – en we moedigen die ontwikkeling ook aan. Vanzelfsprekend zijn sommige gewoonten niet zo goed. Alle gewoonten waarvan we ons bewust zijn kunnen worden veranderd.
Het is wellicht waard in ogenschouw te nemen dat de natuur (mens of anders) in haar oneindige strijd dingen makkelijker te maken in het algemeen niet zal toestaan dat een gewoonte blijft bestaan wanneer deze geen enkel nut heeft, hoe dubieus het ook lijkt. Goede en slechte gewoonten zijn er om een reden. Roken, als voorbeeld van een slechte gewoonte, heeft – net als nagelbijten - het verlossende kenmerk van het geven een aanleiding iets te doen met de handen, oftewel het ontladen van nerveuze energie. Het is de eigenschap van onderbewust om behoorlijk mechanisch en fantasieloos te zijn. Het is daarom een goede plek om zoiets als rijvaardigheid op te slaan omdat het daar mechanisch kan worden toegepast onder een minimale supervisie van het bewustzijn. De beloning van deze gewoonte is dat bewustzijn wordt vrijgemaakt om andere taken uit te voeren zoals het oplossen van een probleem of het hebben van een conversatie.
Hoewel we wel actief mogen participeren in het creëren van enige gewoonten – bijvoorbeeld rijvaardigheid – worden ze uiteindelijk activiteiten met een eigen leven. Ze zijn veranderbaar, maar alleen door een bewuste keuze en kunnen zo diep worden ingebakken dat het dwingen of teniet doen ervan bijzonder moeilijk kan zijn.

Er is geen informatie bekend uit eerste hand wat er gebeurd in het onderbewust.
Per definitie herbergt het zaken die veelal ontoegankelijk zijn of verloren zijn door het bewustzijn. We kunnen alleen maar raden wat er is door observatie. In technische zin kunnen we het vergelijken met een “black box”.

Dit betekent dat het zo zou kunnen zijn dat we ons afvragen waarom we iets voelen op een bepaalde manier, maar onze originele herinnering van wat er gebeurd is en hoe we ons op dat moment voelde vaag of onbekend is. Het kan zijn dat de vergeten herinneringen van deze persoonlijke ervaring nog ergens in het onderbewust zweven, of dat ons onderbewust heeft geleerd van die ervaring. Wat de oorzaak ook is, het onderbewust brengt beïnvloedt het bewustzijn op het moment dat we dat iets weer tegenkomen.
Om te leren van deze onderbewuste reacties op bepaalde zaken is het noodzakelijk om gerelateerde herinneringen te onderzoeken, het observeren van onze reactie en gevoel, verzamel zoveel mogelijk informatie als mogelijk en probeer dan vast te stellen wat er in die specifieke “black box” zit.
Het is belangrijk te weten dat wat arriveert in ons bewustzijn vanuit het onderbewust alleen een invloed of suggestie is (lees; hoe het onderbewust ons wenst te reageren) Het is geen absoluut dwingend of overweldigende drang die we niet kunnen weerstaan. De mate van invloed door het onderbewust hangt af van de impact van de originele ervaring en hoe snel deze vergaat. Het is belangrijk om te weten dat veel van de persoonlijke ervaringen die bij ons hun sporen na laten voor onderbewust niet traumatisch zijn. Veel van de zaken die ons onderbewust vormen komen voort uit onze omgeving – van gedrag door familie, vrienden en anderen in onze sociale kring. Deze algemene sociale invloed is hetgeen onze energie naar activiteiten en ideeën stuurt die onze micro- en macromaatschappijen “goedkeuren”.
Training en conditionering bestaan ook in onderbewust. Wanneer je traint of getraind wordt in een activiteit – kan sport zijn, dienstverlening, mentale vaardigheid of al het andere – zullen de regelmatige en mechanische vaardigheden die je leert, fysiek of mental, worden gehuisvest in het onderbewust. Conditioneren is hetzelfde. Het is een proces waarbij stimuli wordt gebruikt om een bepaalde reactie te produceren die normaliter niet wordt geproduceerd. Door deze te paren en te herhalen kan een gewenste reactie worden geproduceerd. Een goed voorbeeld zijn de bekende honden van Pavlov. Een bel werd geluid telkens als honden eten hadden kregen, uiteindelijk reageerden de honden als de bel werd geluid, zelf wanneer er geen eten kwam. De sleutel tot zowel training als conditioneren is herhaling.
Vanuit een controle-oogpunt over controle hierbij enige voorbeelden van hoe het onderbewust van invloed kan zijn;

1. Wanneer je sub door een ander eerder is geconditioneerd om te reageren op bepaalde manieren kun jij gebruikmaken van diezelfde triggers,
2. Je kunt tevens de eerdere conditionering gebruiken als startpunt voor verdere of nieuwe conditionering
3. Eerdere slechte ervaringen omtrent een dominant met enige overeenkomsten met jou – de manier waarop ze eruit zagen of gedroegen – kan resulteren in onbewuste weerstand van de sub, ondanks dat zij bewust is dat er geen relatie is tussen jou en de voorgaande dominant.
4. De eerdere positieve ervaringen van je sub met het worden gecontroleerd in bepaalde situaties en omgevingen (zoals tijdelijk aan de ketting) kunnen resulteren in een positieve reactie bij een dezelfde situatie met jou.

IV Bewustzijn

Met zekerheid kun je stellen dat je submissive nimmer naar jou zal reageren vanuit een puur natuurlijke en rationele basis. Alles wat ze doen en voelen zal worden beïnvloed door eerdere ervaringen met jou en anderen, honger en drang, sociale conditionering en vele andere aspecten waarvan ze zich toen niet eens bewust waren. Het is niet alleen jouw sub die zo is. Iedereen is zo.
Alleen omdat je bewust en rationeel controle kan nemen over je submissive betekent niet dat er ergens diep van binnen geen angst of weerstand zit, of een ander deel in het hoofd dat zorgt dat de rit iets minder prettig is. In dit onderdeel wil ik de geest verdelen is drie niveaus – het bewust, onderbewust en onbewust - en van elk de karakteristieken bekijken en op welke wijze zij jou pogingen naar controle ondersteunen dan wel weerstaan.


Bewust

Het eerste, het meest voor de handliggende, niveau is het bewust. Ik zeg nadrukkelijk voor de handliggend omdat we hier onszelf ervaren als eigen persoonlijkheden; het is altijd voor ons. Het is het niveau van bewustzijn, afgewogen reacties, analyses en rationele gedachten. Hier denken, voelen en onthouden we. Dit is de plek we ook onze gedenkwaardige herinneringen terugvinden. (herinneringen die wij zelf niet kunnen terughalen zijn afgezakt naar het onderbewust). Wij rationaliseren en maken beslissingen in het bewust niveau. Vaak gebruiken we dingen die we kennen om ons te helpen deze beslissingen te nemen in tegenstelling tot het instinctief te reageren op omstandigheden. Enkel voorbeelden:

1. Je zou kunnen zoeken naar een bepaalde reactie van je sub en door gebruik te maken van eerder opgedane ervaringen met de sub een route te plannen om deze reactie te krijgen,
2. Als je een sub bent kun je bewust besluiten om de aandachtspunten van een dominant naast je neer te leggen omdat je van anderen weet dat deze specifieke dominant geen dingen doet die jij lekker vind of zij niet zoeken naar dezelfde soort relatie als jij,
3. Als je een dominant bent zou je een submissive kunnen kiezen om mee te spelen op basis van haar aantrekkelijkheid, je kennis over wat ze kan of afgaan op eigen bewustzijn van wat jij nodig te hebben op dat moment.

Onze bewuste keuzes en beslissingen worden vaak gekleurd door invloeden die komen bovendrijven uit het niveau van onderbewust en onbewust. Angst is een voorbeeld ervan. We kunnen ook een soort voorgevoel (predispositie) hebben, het ervaren van een vreemd gevoel over iets, of reageren op onze intuïtie. Alles hiervan is niet-bewust omdat er niets logisch aan is waaraan we ons kunnen vasthouden om het gebrek van aan ratio te rechtvaardigen. Ondanks dat ze van zichzelf niet rationeel zijn gebruiken wij ze toch in onze afweging om te bepalen wat te doen.

Een karakteristiek die je helpt te bepalen of iets bewust is of niet, is wanneer sprake is van planning. Besef dat in beginsel het maken van een plan om een probleem iets bewust is, telkens opnieuw terugspelen van hetzelfde plan echter is een gewoonte.

vrijdag 5 september 2008

III Wat bedoel ik met Dominantie en onderwerping?

Volgens mij bestaat er een ruim begrip in het gebruik van labels bij BDSM. Er zijn tops&bottoms, dominants & submissives en master & en slaves. Wat deze paren elk betekenen kan significant verschillen of zelf overlappen, afhankelijk van waar je je geografisch bevindt. Wat voor de één refereert aan een master/slave relatie kan door een ander gerefereerd worden als tops&bottoms.
Om het leven makkelijk te maken zal ik enkel verwijzen naar Dominants en submissives. Het ruime begrip, het gebruik van labels en hun betekenis/ bedoelingen is algemeen geaccepteerd en daarom wil ik enige paragrafen gebruiken voor definities om mijn eigen inzicht te verklaren. Mijn excuses voor diegenen van wie hun eigen inzicht op de uitleg niet overeenkomen met de mijne.
Ik neig te denken dat tops&bottoms mensen zijn die voornamelijk de opwinding gebruiken. Het is waar dat diegene die de gesel vasthoud of het touw knoopt in controle is voor op zijn minst de impact die de bottom ervaart of de mate van fysieke vrijheid die de bottom heeft. Dit is echter vooral voor het creëren van een situatie of ervaring die de bottom toestaat te gaan waarheen ze mentaal moet of wil. In die hoedanigheid is er niet veel sprake van het onderzoeken van persoonlijke controle en gaat het werkelijk over twee mensen die iets fysiek samen doen maar het gescheiden mentaal en spiritueel ervaren. In het algemeen zijn de activiteiten van tops en bottoms beperkt tot goed gedefinieerde scènes. Deze scènes hebben een duidelijke start en een duidelijk einde. In sommige plaatsen wordt hetgeen ik zojuist heb beschreven door mensen ervaren als dominants & submissives. Ik ben het ermee eens dat dominant en submissives dezelfde activiteiten hebben als tops en bottoms, maar ik zie dominants en submissives als personen die een toewijding delen in het bij elkaar verkennen van controle, welke vaak verder reikt dan het geplande einde van scènes. Het is vaak niet iets dat zij in een scene doen waarvan zij eenvoudig kunnen weglopen, integendeel, het is iets dat onderdeel is van hun relatie. Hoewel de dominante partner in staat is om uit te gaan en submissive te zijn met iemand anders, of visa versa, zullen zij binnen hun relatie nimmer ruilen met elkaar. De dynamiek blijft – zelf wanneer deze niet actueel of actief is – met één partner dominant en de ander altijd submissive. Een D/s relatie heeft daarom vaak een langdurig karakter.

Dominants en submissives verkennen controle. Voor tops en bottoms is controle een gereedschap om een bepaalde state-of-mind of opwinding te bereiken waarnaar zij op zoek zijn. Voor dominant en submissives is controle geen gereedschap maar een doel op zichzelf – het ervaren, bewustzijn van de flow, het nemen en geven ervan, het uitdiepen en gebruik ervan. Het is triest maar ik denk dat de term master & slaves and mistress & slaves gedoemd is tot een eeuwig durende onduidelijkheid en verwarring. Mijn eigen visie is dat zij met controle omgaan als een drang, daar waar dominants en submissives omgaan met controle als een verlangen. Dat is wat ik denk dat de termen volgens mij betekenen, maar ze kunnen enorm verschillen afhankelijk waar men zich bevindt. Ik zal blijven bij dominant en submissive en aan hen refereren als die mensen wiens primaire uitgangspunt controle is, ongeacht of dit verlangen, dan wel dwangmatig is.